And the winners are……

Steef Meyknecht, docent Visual Ethnography, is jurylid bij het 31e Festival International de Cinema Ethnographique Jean Rouch. Hij vertelt over zijn ervaringen als jurylid.

Voordat ik verder ga met mijn eigenlijke werk als  jurylid  binnen een groep van vijf anderen met heel eigen visies,  wil ik nog één film noemen die heeft gedraaid op de 31ste editie van het Jean Rouch festival, 2012, namelijk:

Bezumnye Podrazhateli (Mad Mimes);Rusland,  Dimitri Venkov, Rusland,35’

Jongeren, lid van een hedendaagse variant op de Cargo Cult, voeren langs een met auto’s verstopte snelweg rondom Moskou. Ze doen dit met een sloopauto, een uitlaat, wegafzetting pylonen en andere hedendaagse attributen.  De jongeren zijn acteurs en spelen dat ze in trance raken, inclusief verkrampt schokken en schuimbekken.

Ze lossen  een schuld in bij grondleggers en beeldvormers  als Claude Levi Strauss en Jean Rouch  van theorieën en films over ‘cargo cult’ en bezetenheid. http://nl.wikipedia.org/wiki/Cargocult

Russische Pseudo-antropologen laten zich, voor enorme  boekenkasten  gefotografeerd, verleiden en vertellen uitgebreid over hun inzichten, waarbij het abstractieniveau stijgt voorbij de hemel en de conclusies het hele mens zijn omvatten. Hun verhalen worden als illustratie telkens doorsneden met de in trance geraakte jongeren schokkend en schuimend langs de snelweg.

Deze duidelijke absurditeiten zijn serieuze werkelijkheden geweest, gerelateerd aan de antropologische theorievorming. Het is waar, theorie is niet het meest duurzame element binnen de antropologie.

And the winners are

Terug naar de jurering. De twee belangrijkste prijzen zijn toegekend aan twee prachtige films. Qua inhoud en vorm helemaal elkaars tegendeel maar allebei visuele etnografieën. De andere gelauwerde films waren niet allemaal mijn keuze, maar je moet toegeven om je eerste doel te bereiken.

Grand Prix Nanook-Jean Rouch

De Grand Prix Nanook-Jean Rouch  ging naar

Nzoku ya Pembe (White Elephant);  Congo, Kristof Bilsen, België, 35’
Het postkantoor in Kinshasa is een imposant overblijfsel uit de Koloniale periode. Het staat voor de helft leeg, de medewerkers zijn gedemotiveerd en de bureaus zijn wankel. Sfeerbeeld van de post- ambtenaar achter een loket zonder klanten. Iedereen zit en wacht op werk en  een salaris dat steeds minder wordt. Niemand heeft meer vertrouwen in het postbedrijf. De grote hal van het kantoor is uitgestorven. Midden in de hal, midden in het beeld, laat een jongetje zien hoe lenig hij is. Mooi is de rol van een stagiaire (- staat voor de nieuwe toekomst ? -) die een prijslijst wil kopiëren. Na eindeloos heen en weer gaan, krijgt zij geen toestemming; ze mag de lijst wel overschrijven. De directeur heeft het te druk, zegt ze. Niets gaat snel, als het al gebeurt. De opnames staan lang, zijn strak en meestal van een statief gedraaid.

Na veel gepraat en lawaai is in deze documentaire  de stilte en de lengte van de opnames een herademing. Er is door de regisseur Kristof Bilsen goed gebruik gemaakt van de eigen kwaliteit van de media beeld en geluid, veel sfeer met stilte wordt getoond. Het is wat David MacDougall (2009) de ‘composiete’ kwaliteit  van het beeld noemt die Bilsen uitgebuit heeft: Het beeld is gelaagd, op hetzelfde  moment zie je niet alleen hoeveel mensen er in een ruimte zijn, maar ook welke afstand ze tot elkaar houden. Ook zie je wat de kwaliteit van de ruimte is. Waar tekst bladzijdes nodig heeft om die informatie – niet eenduidig – over te dragen, zo hoeft een totaal beeld  van een ruimte met mensen minder dan een minuut te staan om die tegelijk gebeurde en verschillende elementen te laten zien.

Zoals gezegd worden in Nzoku ya Pembe de specifieke mogelijkheden van  de media beeld en geluid door de maker Bilsen uitgebuit. Maar dat niet alleen, ook laat hij voldoende ruimte voor humor waarmee de tragedie geloofwaardig wordt.

Prix Anthropologie et Developpement Durable

De Prix Anthropologie et Developpement Durable ging naar

Fukushima: Memories of the lost landscape, gemaakt door Matsubayashi Yojyu, Japan, 109’.
Afgelopen Zondag schreef ik daar  over: Een van ‘binnenuit gedraaide’ documentaire. Meteen na de ramp gaat de maker op stap met een vluchtelinge naar het verboden, besmette  gebied rond de centrale. Zij heeft daar haar woning achter moeten laten en is nu ondergebracht in een schoollokaal waar ze woont met een groot aantal mensen op een paar vierkante meter. De Tsunami heeft al veel verwoest, en daarna komt de ramp met de kernenergie centrales: niemand mag meer gaan wonen in het vervuilde gebied.  De vrouw en de andere mensen die we tegen komen,  zijn heel ’geserreerd’ met het uiten van hun verdriet en teleurstelling. De maker blijft de kleine groep van individuen volgen over een periode van een aantal maanden, een periode waarin de grootte en de onomkeerbaarheid van de ramp langzaamaan doordringt. Ik heb niet eerder een zo dichtbij, direct en langdurig verslag gezien van de verwerking van een alles omvattende ramp. De documentaire zou je  daarom een etnografie van ‘rampverwerking’ kunnen noemen.

Het is vaak onbeholpen gedraaid met een klein cameraatje, van de scherpstelling en de belichting klopt vaak niet veel, de camera is gehanteerd op een amateuristische manier.  De maker Yojyu heeft geen enkele keer die onvolkomenheden proberen te verdoezelen, ook niet bij de montage. De tragedie die hij wil laten zien lijkt voor hem  belangrijker dan welk esthetisch film criterium dan ook . Elk beeld  dat hij weggooit lijkt een extra onrecht tegenover de slachtoffers, die al zoveel hebben verloren.

Bij het kijken naar dit verslag wordt je duidelijk dat de media beeld en geluid onontbeerlijk zijn bij het maken van een etnografie.  Bij het verslaan van een zo complex gebeuren als dit, had geschreven tekst nooit de hier getoonde volledigheid kunnen bereiken.

Special mention

Tot slot wil ik nog een special mention noemen, de eerste film die op het festival Jean Rouch 2012 werd vertoond:

 Adak, ‘Offering’, Turkije, gemaakt door Amandine Faynot, een veelbelovende, eigenzinnige jonge franse filmmaakster.

Adak is echt een juweeltje, ik zei daarover op zaterdag 10 11 2012:

Mooie, korte film over de industrialisatie van het rituele slachten in Turkije. Het ritueel is verplaatst van het platteland naar de stad. De stadse bewoner is steeds minder in staat  te slachten, dus de staat neemt het over. De professionele slachters roepen Allah aan. De wens – bescherming auto, slagen examen – wordt doorgegeven aan de slachters. Iedere ram heeft een uniek nummer gespoten op de vacht. De eigenaars kijken door ramen toe. Soms zijn ze ontroerd door de wens, gedachtenis die het offer nodig maakte  Met led lampjes lopen koran teksten in het slachthuis voorbij.   Opvallend strak – bijna ‘industrieel’ – gemonteerd. Gedraaid vanaf het statief, goed gekadreerd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s