Master onderzoek: Trouwen in India

Eva Vantournhout deed haar Master onderzoek in het noorden van India. Ze onderzocht de impact van verandering van huwelijksvoorkeur op familiebanden. Voor haar veldwerk ontving zij een subsidie van het Leids Universitair Fonds (LUF); Het LUF international Fonds (LISF). Als tegenprestatie moeten subsidieontvangers een verslag indienen van hun project. Het beste verslag ontvangt de LISF prijs. Eva was genomineerd voor deze prijs. Lees hier haar verslag.

Mei 2012

Het is vier uur ’s morgens wanneer ik me uit het luchthavengebouw van Delhi begeef en op de achterbank van een taxi richting centrum neerplof. Wanneer ik de taxichauffeur in het Hindi inlicht over waar ik heen wil, krijg ik meteen een spervuur van vragen over me heen. ‘Waar heb je Hindi geleerd? Waar kom je vandaan? Hoe oud ben je?’ en even later het onvermijdelijke ‘Ben je al getrouwd?’ Zoals steeds heb ik mijn antwoord op deze laatste vraag paraat en verschuil ik me achter het excuus dat ik nog studeer en daarna wel weer verder kijk. Men zegt wel eens dat noord India ‘huwelijksgek’ is, en ik vrees dat ik dit stereotiepe beeld alleen maar kan bevestigen. Treft het nu net dat dit ook de reden is die me naar hier voert.

Toen ik begin dit academiejaar aan mijn Master in Culturele Antropologie begon, moest ik geen twee keer nadenken waarheen ik zou gaan voor mijn veldwerk. Daar ik een vooropleiding als Indoloog heb en Hindi spreek is mijn keuze voor India niet meer dan logisch te noemen. Het land en haar cultuur blijven me boeien en dan met name hoe familiale- en genderpatronen zich er aftekenen.

Eerder onderzoek had me al geleerd dat jongeren in India er steeds vaker de voorkeur aan geven om hun eigen huwelijkspartner te selecteren en een zogenaamd liefdeshuwelijk aan te gaan. Dit in een land waarin het huwelijkslandschap al eeuwenlang gekenmerkt wordt door gearrangeerde huwelijken, waarbij de ruimere familiekring beslist met wie er wordt getrouwd en dit aan de hand van een sociaal-cultureel aanvaard kader van klasse, kaste, religie en etniciteit. Het leek me dat deze veranderende huwelijksvoorkeur niet anders dan een impact kon hebben op bestaande sociale structuren en dat is precies wat ik wilde onderzoeken.

Ik koos ervoor om terug te keren naar een plaatsje in het hoge noorden van het land, aan de voeten van het Himalaya gebergte, waar ik eerder al langdurig had verbleven. Hiervoor had ik verscheidene redenen. Allereerst wordt de regio gekenmerkt door een hoge mate van segregatie ondanks, of net door, de grote diversiteit die er bestaat aan religies en etniciteiten. Hierdoor zou het interessant zijn te kijken of die segregatie ook bij liefdeshuwelijken wordt bewaakt. Daarnaast is de plaatselijke hindoe populatie eerder behoudsgezind wat betreft familiesamenstelling en genderverdelingen, en wilde ik kijken of dit zou veranderen voor koppels met een liefdeshuwelijk. Tenslotte hoopte ik door terug te vallen op een reeds bestaand netwerk van vrienden een vliegende start te kunnen nemen voor mijn veldwerk en die hoop bleek niet ongegrond. Ik verbleef in dezelfde gastfamilie waar ik eerder verscheidene maanden had doorgebracht en de familie bleek minstens even enthousiast als mezelf over mijn onderwerp en was zeer gedreven om me te helpen bij het vergaren van relevante informatie. Meermaals per week stelden ze me de vraag hoeveel interviews ik al had verzameld en hielpen ze me bij het vinden van respondenten.

Naast de enorme steun van mijn gastfamilie en hun netwerk van kennissen en vrienden werd ik ook enorm geholpen door de plaatselijke weersomstandigheden. Op tweeduizend meter hoogte en in putje winter zijn temperaturen van vijftien graden onder nul en pakken sneeuw immers eerder regel dan uitzondering. En zeg nu zelf, wat is er leuker dan onder dergelijke omstandigheden rond het houtvuur te zitten en vragen van een blanke, Hindi sprekende studente te beantwoorden?

Alles bij elkaar heb ik dertig interviews afgenomen van overwegend vrouwen, waarbij ik alle informele gesprekken die ik tussendoor voerde en roddels die me zo ter ore kwamen niet meereken. Ik heb er tijdens mijn veldwerk naar gestreefd zoveel mogelijk casussen uit te werken, waarbij ik verscheidene personen interviewde over eenzelfde gebeurtenis of situatie. Meer concreet betekende dit dat ik niet alleen aan vrouwen zelf vroeg hun huwelijk en familiale situatie te omschrijven, maar eveneens aan hun moeder, schoonmoeder, tantes en buren. Door al deze versies naast elkaar te leggen kon ik kijken waar ze overlapten en zo de geldigheid ervan bevestigen. Minstens even relevant waren echter die delen van het verhaal die van elkaar afweken en waar respondenten, al dan niet bewust, delen van verfraaiden of censureerden. Zo kon ik vaststellen waar bepaalde gevoeligheden zich situeerden en het hielp me om fictie van realiteit te onderscheiden.

Bij ieder interview verbaasde ik me weer over de bereidheid waarmee vrouwen mijn – bij momenten toch wel erg persoonlijke – vragen wilden beantwoorden. Ieder verhaal was voor mij even boeiend en bij momenten aangrijpend. Waar ik met de assumptie vertrok dat een liefdeshuwelijk een verhoogde loyaliteit tussen de echtgenoten en bijgevolg meer autonomie en inspraak voor vrouwen met zich mee zou brengen, bleek de realiteit meer gecompliceerd. Het merendeel van de families blijft immers samengesteld wonen, waarbij de vrouw na haar huwelijk bij haar schoonfamilie gaat inwonen. Ouders voelen zich echter niet zelden aan de kant geschoven wanneer hun kind hen niet consulteert over een toekomstige huwelijkspartner en met name vrouwen ondervinden hiervan de consequenties. Zo voelen hun ouders zich, daar ze geen deelgenoot waren in het beslissingsproces, niet verantwoordelijk voor het succes of falen van het huwelijk. Vrouwen kunnen in dit geval dus geen aanspraak maken op het netwerk van steun dat vrouwen uit een gearrangeerd huwelijk wel vaak bij hun ouders vinden. Dit is echter maar een van de vele inzichten waartoe mijn veldwerk heeft geleid en waarop ik mijn scriptie zal baseren.

Terug in Delhi. Ik stap wederom in een taxi, maar dit keer om me in de tegengestelde richting te laten brengen, terug naar de luchthaven. De drie maanden veldwerk waren zo boeiend en intens dat ze om waren voor ik er erg in had. Ik bedenk me plots dat ik volgende keer als ik naar India kom een ander excuus zal moeten verzinnen. Want hoewel ik nog maar enkele maanden verwijderd ben van mijn afstuderen staat een ding vast, ik ben nog niet meteen van plan te trouwen…

Lees hier haar scriptie>>

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s